TIM NEGOSIADO MULTIDISIPLINARIO ISLA.

Refineria Isla.

1.Werner  Wiels  Presidente

2.Errol  Cova   Labor.

3.Jaime de Sola  Eksperto int. Petroli

4. Ruben  Roosberg Eksperto  Operashon

5. Irving Hanst Eksperto Sintimentu Gobièrnu

6. Parrish  Potts  Eksperto inter. Petroli

7. Randolph  van Eps Hurista

8. Henk de Zeeuw Eksperto Finansiero

9. Lindomar Scoop  Eksperto Negosiadó

  1. Stefan Jansen Managment Proyekto

11. Maria Liberia Peters  Eksperto Negosiadó.

12. Anko van der Woude Design i Planner

13. Pieter  Goossens Social Ekonomiko

14. Patrick Newton  Projectmangement.

15. KPMG Begeleider.

TIN HOPI PREOKUPASHON DEN PUEBLO PA LOKE TA E KAPASIDAT GLOBAL DI E TIM DI KORSOU KU TA BAI NEGOSHA E MOU KU PDVSA.

negosashon. 1.E skohementu di e tim aki ta sumamente importante pa loke nan ku ta bai wòrdu diskutí i ki resultado ta wòrdu ferwagt di e diskushon entre PDVSA  I KORSOU.

Si nos tene na kuenta ku e negosiadó nan di PDVSA ta hendenan ku negosiá ta nan trabou di tur dia riba tereno internashonal, Korsou  lo tin ku tene hopi kuenta  , ku e komposishon  di e tim ku ta pidi hopi atenshon di gobièrnu pa saka loke gobièrnu kier pa su pueblo for di e reunion nan ku ta bini.

E tim aktual ta un tim semi polítiko ku no ta duna e konfiansa/seguridat/saber/finansiero pa realmente  saka lo máksimo pa e pueblo pasombra tin un desbalansa di saber hopi grandi den e tim nan negosiadó ,ku tur kos ta indiká ke e pueblo di Korsou aki ta bolbe kai kòrtiku i ku posiblemente lo eliminá kompletu e posibilidat pa traha un plan detayá pa e 20 aña nan nos dilanti na interes di nos pueblo en general.

Preguntanan ku ta sali for pueblo: Pakiko no a hasi uso di profeshonalnan internashonal yu’i di Korsou manera: Srs. Joubert, O.Connor, Da Costa Gomez, Veeris, Richardson , Haseth  pa yudá pa nos haña un mehor bista pa futuro di nos Pais pa loke ta e Refineria?. Ta puntra mi ta puntra!

E problema ku hopi ta mira  ku e tim di Korsou lo no sobreviví kontra e tim di PDVSA.

Ta asina mi ta mir’é.

Edgar Leito, 25 yüni 2014, tel. 5231930.

Memorandum of Understanding is een politiek document

Memorandum

In het najaar van 1985 had Curacao een race in de Formule-2. Ik herinner me van die race zelf niet veel, maar wel van twee reporters. De ene vertelde dat een van de wagens met zo’n harde klap gecrasht was dat het stuur was afgebroken. Hij had namelijk gezien dat de coureur uit de wagen stapte met het stuur in zijn handen. Hij wist kennelijk niet dat het stuur van deze racewagens demontabel is omdat anders de coureur niet voldoende ruimte heeft om in en uit de wagen te komen. De tweede reporter was een Venezolaan, ik noem hem Pedro. Of hij wel iets van racewagens wist, weet ik niet. Ik weet wel dat hij onzin praatte over de Isla-deal tussen de Antilliaanse regering en PDVSA. Pedro zei namelijk op de Venezolaanse tv tijdens een shot met de Isla in beeld: “Kijk, onze raffinaderij”.  Ik moet nog dagelijks aan Pedro denken.

Dat Pedro onzin uitkraamde, betekent niet dat hij geen gelijk kreeg. We kunnen ons sinds 1985 immers afvragen van wie de Isla nu eigenlijk is. Van Curacao, van ons dus, of van PDVSA en dus van Venezuela. Op papier is hij van ons. In de praktijk doet Venezuela echter al dertig jaar of hij van Venezuela is. En wij doen dat ook.  Er is immers sinds 1985 geen regering geweest die PDVSA heeft gewezen op haar verplichtingen die in diverse lease agreements zijn bepaald inzake onderhoud en milieunormen. Geen enkele regering sinds 1985 heeft ooit het gezag op Curacao van de Antlliaanse, en nu Curacaose, wetten over PDVSA  en dus over de Venezolaanse regering, durven of willen stellen. Ook niet nadat PDVSA in de ene na de andere rechtzaak in het ongelijk werd gesteld en slechts aan een vernietigend oordeel kon ontkomen door, naar het oordeel van de rechter, een vormfout van SMOC.

Vormfouten nemen echter geen giftige uitstoot weg en er was geen enkele regering  die Isla aan de wettelijk bepaalde hindervergunning hield om zo de gezondheid van 20.000 mensen te beschermen. Niet nadat uit onderzoek is gebleken dat van de 35 miljoen NAf die we aan huur ontvangen, 23 miljoen opgaat aan de extra medische kosten waarmee Isla ons belast, en ook niet nadat is vastgesteld dat jaarlijk achttien mensen vroegtijdig overlijden door giftige uitstoot.

Dertig jaar later moeten we dus zeggen: “ Pedro, je praatte onzin, maar WIJZELF zorgden ervoor dat je gelijk kreeg. Venezuela zwaait hier de scepter en wij reageren, om in olieterminologie te blijven, als een ja-knikker. Ook de regeringen die nos mes por hoog in het vaandel hebben.

De Venezolaanse dominantie betreft niet alleen de oliesector maar ook de luchtvaart en de daarmee verbonden belangen van de toeristenindustrie. CADIVI, een andere Venezolaanse overheidsinstantie die zowel aangestuurd als beheerd wordt door de Venezolaanse regering, blijft immers al jaren achtereen in gebreke bij het voldoen aan de verifieerbare en legitieme schuldverplichting van Venezuela aan de airlines van Curacao (en Aruba), met als gevolg een faillissement van het Curacaose DAE, een dreigend faillissement van het Arubaanse Tiara en een daamee samenhangend verlies aan arbeidsplaatsen en airlift. En de Curacaose regering onderneemt niets tegen dit wangedrag van CADIVI dat in volkenrechtelijk opzicht is te kwalificeren als een wanprestatie van de Venezolaanse overheid in een internationale overeenkomst. Ja en amen.

Mijn mening over de Isla zelf is bekend. Al sinds 2009 wijst MSi erop dat het vanwege de volksgezondheid en vanwege de noodzaak van nieuwe economische perspectieven gezien de bizar hoge (jeugd)werkloosheid,  verstandig zou zijn om het raffinagetijdperk te beeindigen en voor de periode na 31 december 2019 – wanneer het contract met PDVSA afloopt – geen nieuw contract af te sluiten, noch met PDVSA , noch met een andere olie-international. De tien jaar tussen 2009 en 2019 zouden moeten worden benut voor onderzoek naar en waar dat al mogelijk is, implementatie van nieuwe economische activiteiten op het terrein van Isla waarbij rekening wordt gehouden met milieu en werkgelegenheid.

Inmiddels heeft de politiek zich hierover gebogen en dat werd tijd ook, want van de tien jaar potentiele voorbereidingstijd voor nieuwe initiatieven die we in 2009 nog hadden, liet de overheid zowat de helft onbenut passeren.  Eindelijk dan, op 22 augustus 2013 liet de overheid van zich horen: de regering besloot met unanieme steun van de Staten tot een twee- sporenbeleid rond de Isla.

Het eerste spoor is doorgaan met de olieraffinage en in dat kader werd besloten tot een plan de campagne dat moet leiden tot (a) dusdanige upgrading van Isla dat het bedrijf qua productiewijze en producten, ook ecologisch, aan de moderne internationale maatstaven en normen voldoet en (b) onderhandelen met een of meer strategische partners over een contract met voldoende profijt voor Curacao; dit omdat RdK/Curacao financieel niets zal bijdragen aan de 2 miljard USD van de upgrading.

Het tweede spoor gaat uit van de mogelijkheid dat het eerste spoor doodloopt. Om daarop voorbereid te zijn, wordt reeds gestart met verkenning van mogelijkheden tot economische herbestemming van de Isla-terreinen.

Over dit twee-sporenbeleid zelf, en met name over het onbenul erachter, valt veel te zeggen, maar de actualiteit legt beperkingen op. Die actualiteit is dat er thans een concept-Memorandum of Understanding ligt om door RdK en PDVSA te worden getekend. Het opmerkelijke feit mag niet onvermeld blijven dat alhoewel de overheid besliste tot onderhandelingen met een of meer strategische partners, er nu als enig MOU het MOU met PDVSA voorligt, terwijl dit bedrijf al lang geleden heeft aangegeven niet bereid te zijn tot investeringen. Dan nu het MOU zelf.

Het MOU zou een mooie aanleiding zijn voor de Curacaose overheid om de autonome status gewicht te geven en voor eens en altijd de onderdanigheid  waarmee Venezuela dertig jaar lang werd benaderd af te leggen en de Curacaose belangen klip en klaar te profileren. Het MOU is echter van de eerste letter tot de laatste punt zo volstrekt conform de geest van reporter Pedro, dat wel duidelijk is dat de Venezolaanse wil tot dominantie en het ja-knikken als reflex daarop beide nog springlevend zijn.

Het MOU staat bol van frasen over Curacaose belangen, het wederzijdse belang van de Curacaos-Venezolaanse betrekkingen, de zegeningen van de relatie tussen beide landen voor economische uitwisseling, culturele en sociale ontwikkeling, samenwerking, beter onderling begrip en harmonie en meer van dergelijke tear jerkers, tranentrekkers. In overgrote meerderheid gaat het om holle en niet zelden zelfs leugenachtige frasen.

Zo staat op pagina 2: In achieving the objectives of this MOU, the partners will have proper consideration for the sustainable employment in Curacao.  RdK en PDVSA zullen de vereiste aandacht besteden aan duurzame werkgelegenheid in Curacao. Geweldig he?! Ze zullen er goed op letten, maar ze vertellen niet wat ze nu al weten en wat regering en Staten bij hun besluit in augustus 2013, net als de vakbonden overigens, toen ook al wisten, namelijk dat een moderne raffinaderij tientallen procenten minder werknemers nodig heeft en dus het aantal duurzame arbeidsplaatsen zal doen afnemen en de werkloosheid zal doen toenemen.  Dat heeft echter ook een gunstig neveneffect. Hoe minder werknemers, hoe minder vakbondsleden, hoe minder contributie in de bondskassen, en, zo mogen Isla-werknemers nu en in de toekomst hopen, hoe minder ja-knikkers binnen de vakbondsbesturen.

Eveneens op pagina 2: PDVSA has already been working on a program “PARIC – Proyecto de Adecuacion de Refiniria Isla Curacao – to upgrade the Refinery and increase its viability through the production of high value products utilizing the best available technology and minimizing the impact on the environment. Ik denk dat als wat daar staat niet zo treurig was, en treuriger dan achttien vroegtijdige doden per jaar is niet mogelijk,  SMOC dit lezende schaterlachend van de stoel zou rollen. Het MOU spreekt zich echter niet uit over wat er dan allemaal binnen dat nu ongeveer zes jaar oude PARIC  tot stand is gebracht en/of in welk rapport we daaromtrent informatie kunnen vinden. Het MOU laat ook onvermeld wat PDVSA in de periode voorafgaand aan PARIC heeft terechtgebracht van de in eerdere lease contracten bepaalde verplichtingen tot  onderhoud en vernieuwing van de raffinaderij. Ook het door de vingers zien door de diverse Curacaose autoriteiten van dertig jaar wangedrag van PDVSA blijft buiten schot.

Hoe doortastend de met letters beleden zorg om het milieu zal zijn, blijkt uit: For minimizing the impact on the environment from the power plants (…) as well as the Refinery,  the potential use of Liquefied Natural Gas (LNG) as a fuel may be considered (…). Er staat niet will be considered, zal worden overwogen, maar er staat may be considered, zou kunnen worden overwogen. We moeten dus maar afwachten of het overwogen wordt. En wat er dan zou kunnen worden overwogen is niet the use of LNG, het gebruik van LNG, maar de potential use of LNG, het mogelijke gebruik. Mistige formuleringen duiden altijd op slagen om de arm en heimelijke ontsnappingsroutes. Kennen we iets anders uit de afgelopen dertig jaar als het om milieu en volksgezondheid gaat? Van PDVSA? Van de Curacaose overheid?

Dit soort frasen, waarvan ik de meerderheid onbesproken laat, zijn echter peanuts vergeleken met wat het MOU in wezen is. Het MOU is in de kern namelijk een politiek document.  Het is een greep naar macht over de toekomst van Curacao. Letterlijk een goedkope greep trouwens, want Venezuela heeft er geen cent voor over. PDVSA zal immers, en dat weten we allang, geen cent bijdragen aan de upgrading. Dat Venezuela die brutale machtsgreep aandurft zal wel komen doordat het meent te kunnen rekenen op de Curacaose ja-knikkers, bij de overheid, bij de vakbonden. Met een handtekening van RDK onder dit MOU wordt het gelijk van reporter Pedro voor de zoveelste keer bevestigd. Hoe krijgt die greep naar macht binnen het MOU gestalte?

Allereerst wordt het beleid van de Curacaose regering inzake de olieraffinage verminkt weergegeven. Van de twee sporen van dat beleid wordt namelijk slechts het eerste genoemd: doorgaan met raffinage. Het tweede spoor:  staken met spoor 1 wanneer de modernisering van Isla naar het oordeel van de Curacaose regering en Staten als een dood spoor moet worden beschouwd en er dan dus op grond van het besluit van 28 augustus 2013, Isla ontmanteld en nieuwe economische alternatieven voor de Isla-terreinen ontwikkeld dan wel geimplementeerd moeten worden, komt in het hele MOU-verhaal niet voor. Door dit MOU te ondertekenen doet RDK afstand van de mogelijkheid om het beleid van de eigen overheid inzake de toekomst van raffinage in te brengen. RDK zou onder dit MOU slechts een handtekening mogen zetten indien en voor zover afwijking van het twee-sporenbeleid geboden of aan te bevelen is en dan nog pas nadat de overheid zo’n afwijking nadrukkelijk en schriftelijk aan RDK heeft meedegedeeld.

Ten tweede bevat het MOU de bepaling, verradelijk ondergebracht onder het kopje Benefits for Curacao (pag 2.), waarin wordt uitgesproken dat beide partners de intentie hebben ‘to work together in the development of a program to define the future direction of refining activities in Curacao, towards the modernization and upgrading of the refinery in order to transform it into an economic viable entity, compliant with modern safety and operational standards to safeguard and protect the environment’. PDVSA, de Venezolaanse staatsoliemaatschappij, en dus de Venezolaanse staat machtigt zich in deze zin het recht toe to define the future direction of refining activities in Curacao. De Venezolaanse staat gaat dus zitten op de zetel die exclusief en onvervreemdbaar toekomt aan regering en Staten van Curacao. Wie anders dan zij mogen bepalen hoe de toekomst van Curacao, op welk gebied dan ook, er moet komen uit te zien?

Ten derde vermeldt het MOU op pagina 3: PDVSA expressly acknowledges and agrees, that if this MOU is terminated in the manner as set forth in this clause, RDK is free to negotiate with any other partner towards the execution of an eventual agreement relating to the modernization and upgrading of the refinery or the possible operation of the refinery after the expiration date of the lease agreement, without incurring any liability towards PDVSA in any way or form. Hier staat dat RdK pas mag onderhandelen met een andere partner dan PDVSA wanneer de geldigheidstermijn van het MOU is verstreken dan wel volgens de in het MOU vastgestelde regels door hetzij RdK hetzij PDVSA tussentijds  is afgebroken. Bovendien mogen die onderhandelingen slechts gaan over modernisering en upgrading van Isla en niet over contracten om een geheel nieuwe raffinderij elders op Curacao te stichten.  Alleen onder deze twee randvoorwaarden zal RdK bij onderhandelingen met een andere partner dan PDVSA geen aansprakelijkheid op zich hebben geladen in relatie tot PDVSA. Het doel van PDVSA blijkt ook hier: RdK aan banden leggen en invloed uit kunnen oefenen op het toekomstige overheidsbeleid inzake de olieraffinage.

Ten vierde (eveneens pagina 3): terwijl PDVSA geen enkele financiele inbreng, ook geen co-financiering, zal hebben in de modernisering en upgrading eist zij, in een zelfs met grammaticale acrobatiek niet te volgen zin, wel een rol voor zich op bij de selectie van erkend hooggekwalificeerde oliebedrijven en van financiele instituties die bekend zijn om hun adequate fondsenverstrekking.  Zeggenschap, zeggenschap, zeggenschap, Invloed, invloed, invloed. Kortom: macht.

 

 

Lanta ‘riba:  het is nu of nooit

Uit de inhoud en strekking van het MOU blijkt onweerlegbaar dat PDVSA (en dus Venezuela) ervan uitgaat dat RdK (en dus Curacao) bereid en in staat zal zijn om ergens 2 miljard USD te vinden voor de upgrading van Isla. Dit uitgangspunt is disproportioneel aangezien de totale landsbegroting van Curacao ongeveer 2 miljard Naf bedraagt. Omdat Venezuela dat uiteraard weet is haar uitgangspunt niet alleen disproportioneel, maar ook onsmakelijk. Onsmakelijk des te meer als we in dit kader ook de in de gepubliceerde jaarrekeningen van Isla te verifieren miljarden aan door PDVSA geaccumuleerde winst in de afgelopen dertig jaar betrekken. Venezuela, althans dit Venezuela, is niet te vertrouwen en daarom moet Curacao er geen zaken mee doen, zeker niet van de omvang die het Isla-project aanneemt.

Het is gebleken dat het MOU Curacao voor een niet op te brengen financieel offer plaatst en probeert ons het stuur uit handen te nemen. MSi ziet als oplossing:

  1. Regering en Staten moeten zelf het stuur grijpen en het tweesporenbeleid van 22 augustus 2013 afblazen. Zij moeten besluiten dat op 31 december 2019 een einde komt aan het raffinagetijdperk.
  2. Met PDVSA moet worden onderhandeld over ontmanteling en schoonmaak van Isla (ook van het Schottegat); ook over de financiele aspecten. Uitgangspunt bij deze onderhandelingen: Shell heeft 70 jaar vervuild, PDVSA 30 jaar.
  3. Het contract met PDVSA over de COT zal grondig moeten worden herzien.
  4. PDVSA moet worden meedegedeeld dat Refineria Isla zal worden gehouden aan de hindervergunning voor de rest van het lopende lease agreement.
  5. Het uitgangspunt bij onderhandelingen met PDVSA zijn de woorden die PDVSA al jaren over de radio, bijvoorbeeld CUROM/Z86, over zichzelf liet/laat uitspreken:  ‘Als goede coöperatieve burger is Refinería Isla zich bewust van haar sociale verantwoordelijkheid om bij te dragen aan het welzijn van ons eiland. Daarom doet de gehele petroleumfamilie van Refinería Isla dagelijks alle moeite om die verantwoordelijkheid waardig te dragen. Curaçao is een schat. Een schat van ons allemaal, en als wij allemaal geven, zullen wij gezamenlijk oogsten. Refinería Isla: in het voorste gelid bij alle inspanningen tot ontwikkeling en progressie van Curaçao!’.
  6. Regering en Staten moeten inzetten op spoor 2 dat is gericht op het onwikkelen van nieuwe economische activiteiten (die rekening houden met milieu en werkgelegenheid) op het Isla-terrein en zij moeten dat doen in samenspraak met alle economisch, sociaal en financieel belangrijke instanties van het land (en waar nodig en mogelijk met dergelijke instanties in een buitenland).
  7. Regering en Staten moeten zich, met voorbijzien van de huidige vakbondsbesturen, tenzij deze zich publiekelijk distantieren van hun credo Isla t’ei pa keda, rechtstreeks richten tot werknemers van Isla, tot contractors en toeleveringsbedrijven en met hen onderwerpen bespreken (en daarover afspraken maken) als: sociaal plan, om- en bijscholing, inpassing in de nieuwe economische activiteiten op het Isla-terrein en dergelijke.

EDGAR LEITO (Movemientu Solushon Isla)  2 mei 2014.  teI. 5231930, Curacao.

 

 

GOBIÈRNUNAN DI TURNO TA REGALÁ PROPIEDAT DI KÒRSOU NA VENEZUELA/PDVSA PA DÒRIA DOS PLAKA

Gachitu Internt Radio0614PERDIDA DI NOS PROPIEDATNAN.

.
Na 1985 Gobièrnu di turno a sera un kontrakt ku Venezuela/ Pdvsa pa 5 aña, despues 5 aña mas pa na 1995 ,20 aña mas i na 1998, 5 aña mas ku lo terminá na 2019. 34 aña di Kontrakt ku a nifiká pobresa, tristesa, sakrifikamentu di salu di un kantidat di hende, morto prematuro di por lo ménos 600 hende ku yen di promesa ku PDVSA no a kumpli ku ñe.

Na 1985 PDVSA no tabata kièr pa Kòrsou desaroyá Caracasbaai ku un terminal pa duna barkunan internashonal servisio, PDVSA ku a sera un kontrakt pa paga 18 mion dòler pa aña pa hür e instalashonnan di Emmastad i Bullenbaai a laga kasi tur tanki na Bullenbaai putri i pa e delaster aña ku a pasa negoshi ku China a kuminsá floresé a drecha un jetty i algun di e tankinan sin ku Gobièrnu di Kòrsou ta haña ningun depchi pa e transportashon di krudo for di Bullenbaai.

Durante e 28 aña nan ku a pasa PDVSA a kibra tur kontratista grandinan di Kòrsou pa duna kontratistanan Venesolano preferensia. Trahadónan Venesolano a remplasá e yunan di Kòrsou i e par di yunan di Korsou ta pasa malu komo kontratista pasombra Gobièrnunan di turno ta tira pa Venezuela ku tur su konsekuensianan.
Tin por lo ménos dos aña ku kontratistanan ta bringa pa un pago hustu ku bendishon di Gobièrnu, pasombra sindikato di refineria a bira doño di Korsou ku ora nan kier ta poné preshon riba gobièrnu pa PDVSA hasi loke e kier ku Korsou.
Gobièrnunan di turno ta wòrdu finansiá pa Venezuela i poko poko Korsou ta bira e kura patras di Venezuela i tur propiedat di Korsou ta bai den man di Venezuela ku tin su problema ku nan mes no por sali for di dje, pero ta den nan skochi nos kier ta ku tur e konsekuensia nan.

-Plakanan di Komersio ta pegá na Venezuela sin salida.
-Nos Tugboat mas grandi den man di PDVSA,
-Operashon di COT den man di Venezuela,
-Nos pòmp di gasolin nan di man di PDVSA,
-PDVSA no tin plaka pa invertí den e Refineria, nos bario nan, -nos ekonomia ta sufri di operashon di e refineria, pero Gobièrnu ta keda sakrifiká salu i bida di nos pueblo.
Tur kos ta indiká ku nan ta bai laga e enkargo di e refineria den nos mes man awor ku nan a logra saka tur loke nan kier.
Dios spar Korsou i su pueblo.
Final di e komunikado.
Di antemano
Danki. Edgar Gachi Leito

PDVSA : 2019 NO MAS POLUSHON, MORTO, DEN WISHI I MARCHENA.

No mas polushon, no mas morto.

No mas polushon, no mas morto.

Saká for di e diario Amigoe

Lyon/Genève – Airu liber kontaminá ku nos ta hala den nos kurpa, djaweps, 17 di òktober, 2013 a ser ofisialmente klasifiká komo un komponente ku ta okashoná kanser. Esaki e instituto ku ta studia kanser: IARC di salu mundial, di Nashonnan Uní a deklará.

Den 2010 so tabata tin un 223.000 kaso mortal di kanser di pulmon ku ta debí na airu kontaminá. Esaki e datonan di e instituto ta mustra. Kontaminashon di airu riba su mes, en general, ta un di e komponentenan di medio ambiente mas importante di kasonan mortal di kanser.

Segun e instituto tin bastante prueba ku airu sushi ta okashoná kanser di pulmon.

Pa yega na e konklushonnan aki ekspertonan a hasi un evaluashon ekstensivo di e trabounan sientífiko mas resien riba e tereno aki. Tin sierto lugánan na mundu ku airu liber ta mes kontaminá ku den un kamber kaminda hende ta huma. Esaki e sientífiko Kurt Straif, lider di e proyekto a konstatá.
23 DI ÒKTOBER, 2013
Pa mas informashon bo por lesa e boletín di prensa di IARC kompleto na:
http://www.iarc.fr/en/media-centre/iarcnews/pdf/pr221_E.pdf
Pa mas riba e topiko aki Nashonnan Uní a kaba di publiká:
Air Pollution and Cancer
Editors: Kurt Straif, Aaron Cohen, and Jonathan Samet eISBN 978-92-832-2161-6
Bo por baha e buki aki pornada na www.iarc.fr

Load more